Attentie: 24 uur in de gesloten verpakking laten acclimatiseren in de te leggen ruimte. Horizontaal en vlak neerleggen, op een afstand van minimaal 50 cm van de muur. 

WAT HEEFT U NODIG

Het enige gereedschap dat u nodig heeft is een hamer, een fijngetande (hand- of decoupeer) zaag, een duimstok, een potlood, een spandraad (touwtje) in de lengte van de kamer en een legset; bestaande uit een aanslagblok en een aanslagijzer en afstandsklosjes.

OPSLAG

De ruimte waarin u de vloerdelen gaat leggen dient droog te zijn. De vloerdelen dienen te worden gelegd bij een kamertemperatuur van minimaal 16°C. De relatieve luchtvochtigheid in het vertrek mag niet lager zijn dan 40% en niet hoger zijn dan 65%, te meten met een Hygrometer. Ook tijdens en na het leggen moet het binnen de genoemde grenzen blijven. Zorg bij te hoge luchtvochtigheid voor voldoende luchtcirculatie en denk bij een lange droge periode, bijv. het stookseizoen, aan toevoegen van vocht aan de lucht met behulp van een luchtbevochtiger. Ingeval u zelf de vloerdelen voor langere tijd opslaat, dient dit in elk geval in gesloten verpakking bij kamertemperatuur te geschieden. De opslagruimte dient een gemiddelde relatieve vochtigheid te hebben van maximaal 65%. De vloerdelen niet opslaan in een ruimte met een te hoge vochtigheid.

VOOR U GAAT LEGGEN

Uw lamelparket is met de grootst mogelijke zorg geproduceerd. Toch adviseren wij u de vloerdelen te controleren op zichtbare afwijkingen zoals schade, extreme kleurverschillen en vorm c.q. maatafwijkingen, voor zover deze afwijkingen niet conform specificatie zijn. Eventuele reclames op zichtbare afwijkingen worden niet meer in behandeling genomen nadat de vloerdelen zijn gelegd. Zorg voor een goede verlichting tijdens het verwerken van de vloer. U kunt de bestaande plinten verwijderen en later na het leggen weer aanbrengen. Natuurlijk kunt u ook kiezen voor de  kleurgelijke Topps plinten en/of afdeklijsten. Overzet- en hogeplinten dienen aan de muur bevestigd te worden, zodat de vloer vrij onder de plint kan krimpen en uitzetten. Platte afdeklijsten kunnen op de vloerdelen worden geplakt. Omdat hout van nature uitzet bij vocht en krimpt bij droogte moet u tussen de muur en uw lamelparket altijd een (zwel)ruimte open laten die gelijk is als de dikte van uw vloerdeel. Dus bij vloeren van 15 mm dik dient de zwelruimte 15 mm te zijn. U creëert deze zwelruimte met behulp van speciale afstandsblokjes, die u om de 60 cm plaatst. Deze zwelruimte is ook nodig bij eventuele pilaren, verwarmingspijpen en andere vaste objecten in de te leggen ruimte. Haal de afstandblokjes direct na het leggen weg en vervang ze eventueel door veerkrachtige kurken of rubberen blokjes/strips.



ONDERVLOEREN

Lamelparketvloeren kunnen op praktisch alle ondervloeren worden gelegd. Deze ondervloer dient wel blijvend droog, hard, vlak, schoon en goeddragend te zijn. Een vloer is vlak als er minder dan 2 mm hoogteverschil is over een afstand van 1 strekkende meter. Oneffenheden van meer dan 2 mm /meter moeten uitgevlakt worden.

BETONNEN ONDERVLOER

Een betonnen vloer mag niet meer dan 2% vocht bevatten (uw  leverancier kan dit voor u meten met een vochtmeter). Hierop dient u een ondervloertapijt aan te brengen. Een 3 mm (Thermopete) ondervloertapijt is technisch gezien voldoende. Tevens moet u altijd onder het ondervloertapijt een vochtisolerende folie (b.v. bouwfolie) aanbrengen. Naden dienen absoluut gesloten te zijn. Breng de folie tot achter de plint tot plinthoogte aan.

HOUTEN ONDERVLOER

Een houten ondervloer mag een houtvochtgehalte hebben van maximaal 14%. Uw leverancier kan dit voor u meten met een houtvocht meter. U dient eerst te controleren of er geen loszittende delen tussen zitten, anders moet u deze vastschroeven. Een vloer kunt u uitschuren of evt. uitvlakken met behulp van spaanplaat. Uw houten ondervloer moet worden voorzien van een ondervloer. Een 3 mm (Ipofoam) ondervloer is technisch gezien voldoende, maar een 7 mm zachtboardplaat (Ipofelt) heeft een betere egaliserende werking en wordt aanbevolen bij geringe hoogteverschillen. Bij een natte kruipruimte géén vloerdelen leggen. Houdt altijd rekening met voldoende ventilatie, anders zou uw houten ondervloer kunnen ‘verstikken’.

VLOERVERWARMING

Voor het leggen van een houten vloer op vloerverwarming zijn speciale regels waar u zich aan dient te houden. Zo is het type vloerverwarming van belang, het type  ondervloer en ook het type parket. Wij raden u te allen tijde aan voordat u overgaat tot het aankopen van parket eerst overleg te hebben met uw Topps verkoper voor advies.

EISEN TEN AANZIEN VAN GELUIDSREDUCTIE

Er zijn situaties waarbij het verplicht is een geluiddempende ondervloer te gebruiken. Topps heeft diverse ondervloeren in het assortiment die aan deze eisen voldoen. Vraag hiervoor naar het testrapport. Let bij een click-lamelparket goed op dat dit ondervloertapijt max. 5 mm dik is, anders komt er teveel spanning op de verbindingen en kan het parket doorveren/kraken.

AANPASSING DEUREN

Controleer of met de hoogte van het parket tezamen met uw eventuele ondervloer uw deuren nog open en dicht kunnen. Zo niet, dan dient u uw deuren aan de veranderde omstandigheden aan te passen (in te korten).



ZWEVEND PLAATSEN

De vloerdelen worden zogenaamd zwevend gelegd, door de panelen onderling te verlijmen door middel van watervaste PVAC houtlijm (D3 houtlijm). Bij verandering van de vochtigheidsgraad en temperatuur kan de vloer enigszins krimpen of uitzetten. Het is daarom noodzakelijk om bij alle vaste begrenzingen zoals: wanden, drempels, pilaren en c.v. pijpen rondom een zwelruimte aan te houden in de dikte van de vloer.

In vloeren met een lengte van meer dan 12 meter of breder dan

6 meter dient u bewegingsvoegen aan te brengen, evenals bij deuropeningen, tussen kamers, bochten in gangen, enz. Deze bewegingsvoegen kunnen worden afgewerkt door middel van speciaal

hiervoor ontwikkelde dilatatie profielen.De kopse kanten van de vloerdelen in opeenvolgende rijen dienen te allen tijde minimaal 40 cm ten opzichte van elkaar te verspringen.

1. Nadat de ondervloer volledig is gelegd, start u met het leggen van de vloerdelen een hoek van de kamer, die direct zichtbaar is bij het betreden van de kamer. Bereken eerst het aantal banen dat u gaat leggen. U krijgt het beste resultaat als de eerste en de laatste baan ongeveer even breed zijn.Nu legt u het eerste paneel met de groef van de lange zijde richting wand. Meestal wordt gelegd in de lengte richting van de woning (met het licht mee).

2. U dient de vloer rondom 15 mm zwelnaad te geven. Plaats iedere 40 cm een afstandsblokje. Deze dienen direct na het leggen van de vloer verwijderd worden. Plaats nu het tweede vloerdeel etc. tot de eerste rij vloerdelen is gelegd.

Nu controleert u of de eerste rij volkomen recht ligt d.m.v. het spannen van een touwtje. Controleer nogmaals of de vloer recht ligt na het leggen van de 3e rij.

3. Indien de wand niet geheel recht is, dient u de oneffenheden op de vloerdelen over te brengen. Dit kan door middel van een afstandhouder, voorzien van een potlood. Zaag, nadat de vloerdelen zijn afgetekend, de delen zo, dat de uitsparingen en dergelijke passen. Denk wel aan de zwelnaad. Fijngetande zaag gebruiken. Bij gebruik van een handzaag de decorzijde naar boven houden, bij een decoupeerzaag de decorzijde naar beneden houden.

4. Plaats de eerste rij panelen, door elk volgende paneel aan de korte zijde te verlijmen. Bij de tweede rij wordt begonnen met het reststuk van de eerste rij. Dit stuk moet echter wel minimaal 40 cm lang zijn, zo krijgt de vloer optimale stabiliteit en geeft ook het minimum aan materiaal verlies. De panelen dienen over de gehele lange en korte zijde verlijmd te worden. Gebruik niet teveel lijm!

5. Bij het aanslaan gebruikt u het aanslagblokje van de Topps parketlegset. Ook kunt u een houten balkje gebruiken van minimaal 30 cm. Dit om beschadigingen van de panelen te voorkomen. Na het aanslaan eventuele lijmresten direct met een licht vochtige doek verwijderen. Na uitdroging van de lijm is verwijdering nagenoeg onmogelijk.

6. Voor het inpassen van de laatste rij vloerdelen legt u de vloerdelen met de decorzijde onder en de groef tegen de wand. Dan aftekenen en afzagen. Houdt ook rekening met de voorgeschreven zwelnaad. Indien u moeilijk bij de laatste rij kunt komen, plaats dan de delen 1 voor 1 zo dicht mogelijk tegen de delen van de voorlaatste rij. Vervolgens stoot u de lange zijde met behulp van een trekijzer en hamer in elkaar. De kopse kanten worden m.b.v. stootblok of trekijzer en hamer in elkaar gestoten.


                                                                                                    

                                                                                                   

                                                                                                   

NA HET LEGGEN

Uw lamelparket is na het leggen direct begaanbaar. U kunt nu aanvangen met de afwerking van de vloer. Tevens kunt u aanvangen met het monteren van de plinten. Bij reeds geoliede vloeren is het vaak raadzaam de vloer na het leggen na te behandelen met onderhoudsolie. Raadpleeg hiervoor de onderhoudsinstructies.

ONDERHOUD

Goed onderhoud verlengt de levensduur van uw vloer.Voor het juiste onderhoud verwijzen wij u naar de onderhoudsinstructies. Bescherm uw vloer door een goede vloermat bij de deur te leggen om inloop van zand te voorkomen. Tevens adviseren wij u uw meubel- en stoelpoten met vilt te beschermen.

GARANTIE

In geval van twijfel over de juiste verwerking van de vloerdelen, altijd contact opnemen met uw aankoopadres, alvorens verder te gaan met leggen. Het uiteindelijke resultaat is sterk afhankelijk van de omstandigheden waaronder de vloerdelen zijn gelegd.



GARANTIE VERVALT BIJ

Beschadigingen als gevolg van onjuist gebruik, vallende objecten, inloop van zand en/of bewerkingen met een scherp voorwerp Indien de vloer is gelegd in een vochtige ruimte. Ruw en/of onoordeelkundig gebruik. De garantie vervalt bij elk ander onachtzaam gebruik van het betrokken product, indien reeds voor bewerking kon worden vastgesteld dat het product een gebrek vertoonde.